Achter ieder eiland schuilt een verhaal
Hallo, ik ben 70 jaar Ik kom niet van Aalsmeer, maar ik kom al naar de "plassen" vanaf mijn 12e jaar.
Mijn ouders hebben 9 kinderen laten kennis maken met de natuur, het water en alles wat daarbij hoort. Mijn vader, zoon van een turfschipper, mijn moeder die opgroeide met de liefde voor mens, dier en natuur. Aanvankelijk lieten zij ons door te kamperen in de natuur van Zwitserland en omgeving genieten van het zijn in de natuur. Langs beekjes enz. Na een ernstig auto ongeluk waarbij twee broertjes heel ernstig getroffen werden, wilden mijn ouders ons niet meer blootstellen aan het verkeer. Mijn vader bedacht een nieuw plan. Ik ga mijn kinderen leren zeilen maar niet op zo'n miniplasje ( wij woonden in de buurt van de Reeuwijkse plassen. ) Nee, hij kocht een BM om te zeilen, stalde hem in de buurt van de camping en reserveerde een seizoenplek bij de camping.
Mooi avontuur, maar iets te gestructureerd. Hij kwam in contact met de tuinder Jan Wegman, die net naast de camping woonde. Deze vertelde dat het geen vetpot was met zijn seringenkweek en de rozen in de kas bij zijn huis. En hij bood mijn vader de kop van een seringenperceel te huur aan met als voorwaarde dat hij de opbrengst van het land wat hij niet verdiende terug zag in de huursom en dat mijn ouders de schoeiing moesten maken.
Voorafgaande is de start van de manier waarop de generatie van mijn ouders recreëerden op de eilandjes. Water en koeltas mee naar het eiland. Eerst de ringvaart over roeien met een ijzeren boot, die een ligplaats kreeg tegen de vlet, de boot van de tuinder, aan. Zij mochten de schuilhut gebruiken voor opslag van stoeltjes, een emmer als wc en een kooktoestelletje op gas. Om ons heen waren vele andere recreanten op dezelfde wijze. We kenden elkaar van bijnaam ( de Snor, de Kousenboer, tante Hetty ( geen echte tante), de bakker, de kolenboer, de spar) En langzamerhand verschenen er tentjes die niet meer elke keer op- en afgebroken werden. Boodschappen werden gedaan bij Mantel, water gehaald bij de camping of bij de tuinman tegen betaling. Gebeld bij het café en de mannen hielpen elkaar met de schoeiing. We voelden ons geborgen en samen één met de natuur, we leerden geen vuil achter te laten, roeiend verplaatsen, elkaar niet storen, maar helpen. Niet op de akkers van de tuinders komen. Helpen als de tuinder een handje kon gebruiken.
Mijn ouders hebben daarna een akker gekocht. Daar hebben zij tot hun dood op gerecreëerd. Een zus is doorgegaan op deze akker, een broer heeft een eigen landje gekocht. En 4 gezinsleden hebben een perceel van ruim 2000 m2 gekocht. Nog steeds wordt er gerecreëerd op deze wijze: boot aan de ringvaart, aan een steiger met een vergunning. Overvaren naar je landje. Steeds is er gekeken wat toegestaan werd op de landjes. Er zijn vergunningen aangevraagd, belletje(s) naar de gemeente gepleegd en er werden daar informeel suggesties gedaan door ambtenaren hoe om te gaan met de vaak onduidelijke regels ( bijvoorbeeld; het advies, liever geen lelijke bouwzeilen, maar overkapping tegen de regen).
Geborgen voelden we ons, in goed vertrouwen gedacht dat we nog steeds welkom zijn. Nee, we zijn geen Aalsmeerders in de strikte zin, we weten dus ook niets van de gemeentepolitiek en voornemens. Wij wonen en werken in onze woonplaatsen en gaan ervan uit dat we nog steeds welkom zijn als recreanten, die de natuur en het aanzien van die natuur in ere willen houden.
Wat wil ik graag mijn nageslacht en die van mijn familie en vrienden laten ervaren wat mijn jeugd en daarna in mijn volwassen-zijn alles zoveel mooier heeft gemaakt.
PS. Ik kom dus uit een grote familie, mijn man ook. Veel verjaardagen, wij doen niet aan cadeaus. Wij doneren geld in een pot die gebruikt wordt om gestolen of vernielde spullen op het eiland te vervangen. Zo verzachten we de pijn van vandalisme.
