Waar werken ontspanning wordt
Eind 2020 kocht ik met enorm veel enthousiasme twee naast elkaar gelegen percelen. Het was midden in de coronaperiode en ik heb destijds, voor zover dat in die bijzondere tijd mogelijk was, zo goed mogelijk onderzocht wat ik kocht.
Wat ik vooral zag, was een prachtige plek aan het water waar al sinds mensenheugenis werd gerecreëerd. De tijd van daadwerkelijke akkerbouw lag hier zichtbaar al lange tijd achter ons. Ook de vorige eigenaar betaalde WOZ belasting waarbij het terrein als recreatieterrein werd aangemerkt ook ik word nog steeds aangeslagen voor recreactie terrein
Alles aan deze plek sprak mij aan.
Ik zag geen stuk grond waarop ik zoveel mogelijk wilde bouwen. Integendeel. Ik zag een plek waar ik kon watersporten, waar ik samen met familie , vrienden en hun kinderen kon barbecueën en genieten, een plek waarin we neefjes en nichtjes ook kunnen kennis laten maken met het buitenleven zonder wifi , .. maar vooral ook een plek waar recreatie en natuur naast elkaar konden bestaan.
Een plek om buiten te zijn en te ontsnappen aan mijn kleine woning in amsterdam
Dat is precies wat ik er de afgelopen jaren van heb proberen te maken.
Toen ik het perceel kocht, heb ik een mooie 2e hands glampingtent uit de duinen geplaatst. En Kippen heb laten leven , Misschien was dat naïef. Zelf vond ik het eigenlijk heel logisch. Voor mijn gevoel is een tent immers iets wezenlijk anders dan een permanent stenen of houten bouwwerk. De tent wordt ieder jaar in oktober afgebroken en pas in april weer opgebouwd.
Mijn eiland gebruik ik voor drie dingen die voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: natuur, recreatie en watersport.
Ongeveer 2 derde ( of het grootste deel van het ) van het perceel heb ik bewust als natuurgebied ingericht en gelaten. Daar mag de natuur zoveel mogelijk haar eigen gang gaan. Om een gedeelte bereikbaar en onderhoudbaar te houden, heb ik bijvoorbeeld een pad aangelegd van bamboe dat afkomstig is van mijn eigen perceel. ( dit spreekt zich wel een beetje tegen )
Die deze bamboe van het eiland zelf moet worden geoogst, behandeld en vervolgens ongeveer twaalf weken kunnen drogen, beschermd tegen regen en wind. Ook daarvoor gebruik ik mijn tent.
Maar de tent heeft voor mij veel functies.
Met een vriendengroep beoefenen we al geruime tijd watersport, waaronder wingfoilen. Na een dag op het water kunnen we daar onze spullen en zeilen ophangen en laten drogen. Als het weer omslaat, kunnen we er schuilen. hoeven we niet onmiddellijk alles in te pakken en naar huis te gaan.
Maar misschien nog belangrijker: die tent maakt het voor mij mogelijk om veel op mijn eiland aanwezig te zijn.
Ook op koude, natte en winderige dagen het gehele jaar door ben ik er vind ik hier mijn ontsnapping en ben er uitnoodzaak. Juist op de momenten dat de Westeinderplassen en de omliggende eilanden vrijwel leeg zijn, ben ik bezig met onderhoud, met de kippen mijn bamboe en met het verzorgen van het terrein.
En juist op die momenten ervaar ik hoe bijzonder deze plek is.
Terwijl ik deze brief schrijf, schiet er r een ijsvogel vlak over het water langs mijn steiger . Die ijsvogel leeft al meerdere jaren in mijn stukje natuurgebied. Vorig jaar kwamen zelfs meerdere keren twee pauwen op mijn terras terecht, alsof ook zij inmiddels hadden ontdekt dat dit een rustige en veilige plek is.
Dat zijn voor mij geen kleine dingen.
Dat zijn de momenten waarop ik besef waarom ik zoveel tijd, energie en liefde in deze plek steek.
Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik de natuur hier verdring. Ik ervaar juist het tegenovergestelde. Ik heb het gevoel dat mens en natuur hier op een bijzondere manier naast elkaar bestaan.
En dan moet nu de tent ivm handhaving weg.
Dat raakt mij veel meer dan misschien vanaf een bureau of op een luchtfoto zichtbaar is.
Want wat wordt er daadwerkelijk verbeterd als deze tent verdwijnt?
Dat wij als mens er nog minder zijn ?
De tent is vanaf het water niet zichtbaar. Wie over de Westeinderplassen vaart, ziet hem niet. Je moet mijn eiland betreden of het perceel vanuit de lucht bekijken om hem überhaupt te kunnen zien.
Er wordt dus iets aangepakt verwijderd dat nauwelijks zichtbaar is voor de omgeving, terwijl het voor mij j en veel eilandbezitters juist een essentieel onderdeel is geworden van het gebruik en onderhoud van mijn eiland.
Ik word straks geacht een gebied van ongeveer 2.800 m² te onderhouden, terwijl ik straks nauwelijks nog een fatsoenlijke mogelijkheid mag hebben om te schuilen te eten of koffie te zetten , mijn materialen droog te houden of mijn lange bamboestokken te laten drogen. Of met plezier kan blijven hangen en genieten met mensen. Daarnaast is het niet voor iedereen weggelegd om een cruizer of andere grote boot met faciliteiten te hebben als “tijdelijk verblijf “
En daarom blijf ik met één simpele vraag zitten:
Welk probleem wordt hier nu daadwerkelijk opgelost?
Dat wij als mensen minder aanwezig zijn in het gebied ? we straks alleen nog rondvaren , en nergens meer aan land kunnen ?
Wat wordt er voor de natuur beter?
Wat wordt er voor het landschap beter?
Wat merkt iemand die langs mijn eiland vaart van het verdwijnen van deze tent?
Voor mij is het antwoord moeilijk te vinden.
Wat ik wél weet, is wat het met mij doet.
Het haalt het plezier en de passie weg die ik de afgelopen jaren in mijn eiland heb gestoken. Een plek waar ik ontzettend trots op ben, waar ik hard voor werk in inevesteer en waar ik juist natuur en recreatie op een mooie manier samen te brengen, voelt ineens alsof ik er iets verkeerds mee heb gedaan.
Dat doet pijn.
Niet omdat ik vind dat regels niet voor mij zouden gelden. Natuurlijk begrijp ik dat gebruik van natuur aan “grenzen ligt en een gemeente regels moet stellen en deze moet handhaven.
Maar handhaving gaat naar mijn mening niet alleen over regels. Het gaat juist ook over mensen. Over omstandigheden. Over proportionaliteit. En vooral over met elkaar in gesprek gaan voordat je tegenover elkaar komt te staan.
Juist dat laatste mis ik enorm.
Niet alleen ik, maar ongeveer vijftien perceeleigenaren zijn aangeschreven. Hoe anders had dit kunnen voelen wanneer de gemeente deze mensen eerst bij elkaar had gebracht en had gezegd:
“Wij zien een situatie ontstaan waarover we ons zorgen maken. Laten we met elkaar kijken hoe we dit gebied mooi kunnen houden en tegelijkertijd rekening kunnen houden met het gebruik dat hier al jarenlang plaatsvindt.â€
Dat gesprek had ik met alle liefde gevoerd. En geloof ik (en velen) in
In plaats daarvan ervaar ik nu vooral de dreiging van handhaving en een forse dwangsom.
Di maakt mij heel verdrietig., zoveel zorg energie steek ik in het eiland en omgeving , en dan ontvang ik dit..
Niet eens alleen vanwege de tent, maar vooral omdat ik mij hierdoor niet gehoord of gezien voel als iemand die juist ontzettend veel om dit gebied geeft.
Jarenlang is er nooit iemand naar mij toe gekomen om te vragen wat ik hier doe, waarom ik het zo heb ingericht of hoeveel tijd ik besteed aan het onderhouden van mijn perceel en de natuur daarop.
En nu lijkt het alsof een luchtfoto voldoende is om te bepalen dat iets wat voor mij zoveel betekenis heeft, moet verdwijnen.
Dat voelt afstandelijk en onpersoonlijk.
Daar komt bij dat ik jarenlang belasting heb betaald waarbij het terrein als recreatieterrein werd aangemerkt. Dat versterkte voor mij juist het beeld dat recreatief gebruik van deze plek niet vreemd of ongewenst was.
En natuurlijk kan ik de tent verwijderen.
Ik kan vervolgens misschien een groot kunststof jacht aanschaffen en dat gedurende het vaarseizoen aan mijn eigen water afmeren, voor zover de regels dat inderdaad toestaan.
Maar dan vraag ik mij werkelijk af wat we hebben bereikt.
Dan verdwijnt een tent van doek, die vanaf het water niet eens zichtbaar is, en komt daarvoor mogelijk een groot schip terug dat iedereen vanaf het water wél ziet.
Is het landschap daar werkelijk mooier van geworden?
Is de omgeving daarmee geholpen , een doolhof van verlaten eilandjes met wildgroei ?
Is dat werkelijk de uitkomst die we met elkaar willen?
Ik schrijf deze brief daarom niet omdat ik ruzie wil maken met de gemeente Aalsmeer. Integendeel.
Ik schrijf hem omdat ik hoop dat er nog ruimte bestaat om niet alleen naar regels en luchtfoto’s te kijken, maar ook naar de werkelijkheid op het eiland.
Kom kijken.
Loop over mijn perceel.
Bekijk het stuk natuur dat ik bewust zijn gang laat gaan. Kijk waar de tent daadwerkelijk staat. Kijk vanaf het water of hij zichtbaar is. Kijk naar het bamboe, naar het onderhoud dat nodig is en naar de plek waar wij recreëren.
En ga daarna met mij in gesprek.
Misschien komen we dan nog steeds tot de conclusie dat bepaalde zaken anders moeten. Maar dan is die conclusie tenminste ontstaan nadat er is gekeken, geluisterd en gesproken.
Want voor de gemeente is dit misschien een dossier, een perceelnummer, een luchtfoto en een handhavingszaak.
Voor mij is het mijn eiland.
Een plek waarin ik sinds 2020 ontelbaar veel uren heb gestoken.
Een plek waar ik samen met vrienden prachtige herinneringen heb gemaakt.
Een plek waar ik rust vind.
Een plek waar ik werk.
Een plek waar ik geniet van het water.( mensen genieten )
En bovenal een plek waar ik heb geprobeerd mens en natuur met respect naast elkaar te laten bestaan.
Daarom raakt deze handhaving mij en mijn omgeving ons persoonlijk.
Ik vraag de gemeente niet om de regels aan de kant te schuiven.
Ik vraag de gemeente om ook naar de mens, de werkelijkheid van dit stukje natuur en haar plek en achter die regels te kijken.
En ik hoop oprecht dat daar nog ruimte voor is. Om samen dit gebied , beter te maken dan straks een desolaat spookgebied met verlaten hokjes en harken omdat niemand daar echt kan genieten ,
